AI-tekst herschrijven: vijf dingen die je altijd controleert

Een AI-tekst is een eerste versie, geen eindtekst. Voor je hem verstuurt of publiceert, controleer je vijf dingen: kloppen de feiten, is hij geschreven voor jouw lezer, staat de kern vooraan, klinkt hij als jullie, en staat er niets in dat er niet in mag.

1. Kloppen de feiten?

AI-tools schrijven overtuigend, ook als ze zich vergissen. Namen, data, bedragen, wetsartikels en citaten kunnen er geloofwaardig uitzien en toch fout zijn. Controleer elk feit dat je niet zelf aanleverde. Laat het weg als je het niet kan nagaan.

2. Is de tekst geschreven voor jouw lezer?

Een AI-tool weet niet wie je lezer is, tenzij je dat vertelt. Zonder die informatie schrijft hij voor een gemiddelde lezer, en die bestaat niet. Vertel in je opdracht wie de tekst leest, wat die al weet en wat die na het lezen moet doen. Lees de output daarna met die lezer in gedachten: zou hij hier meteen vinden wat hij zoekt?

Voorbeeld (verzonnen) van een opdracht:

  • Zwak: Schrijf een mail over de nieuwe planning.
  • Sterker: Schrijf een mail aan de ploegleiders van de productie. Ze kennen de huidige planning goed en staan wantrouwig tegenover veranderingen. Ze moeten tegen vrijdag laten weten welke ploeg de proefweek wil draaien. Zet die vraag in de eerste zin.

3. Staat de kern vooraan?

AI-teksten beginnen vaak met een inleiding: een herhaling van de vraag, een algemene zin over het belang van het onderwerp, een beleefde aanloop. Schrap die. De eerste zin moet zeggen wat de lezer moet weten of doen. De rest ondersteunt die zin.

4. Klinkt het als jullie?

Onderzoekers stelden vast dat verhalen die met AI-ideeën geschreven werden beter beoordeeld werden, maar ook meer op elkaar leken dan verhalen zonder AI (Doshi & Hauser, Science Advances, 2024). Wie AI-tekst ongewijzigd gebruikt, klinkt dus snel als iedereen.

Let vooral op:

  • Lege woorden en grote beloftes. “Naadloos”, “in het huidige snel veranderende landschap”, “een wereld van mogelijkheden”. Schrap ze of maak ze concreet.
  • Noord-Nederlandse woorden. AI-tools schrijven vaak Nederlands uit Nederland. Een Vlaamse lezer struikelt over “pinnen” of “mobieltje” waar hij “betalen met de kaart” of “gsm” verwacht.
  • Je of u. Kies de aanspreekvorm die jullie altijd gebruiken, en houd ze vast.

5. Staat er niets in dat er niet in mag?

Wat je in een publieke AI-tool plakt, verlaat je organisatie. Geef geen persoonsgegevens, klantgegevens of vertrouwelijke informatie in, tenzij je organisatie een tool heeft die daarvoor is goedgekeurd. Spreek daar als team duidelijke regels over af.

Organisaties die AI inzetten, moeten sinds 2 februari 2025 ook maatregelen nemen voor de AI-geletterdheid van hun medewerkers (artikel 4 van de AI-verordening). Weten wat je wel en niet in een tool ingeeft, hoort daar bij.

Kort samengevat

  • Controleer elk feit dat je niet zelf aanleverde.
  • Vertel de tool wie je lezer is en wat die moet doen.
  • Schrap de aanloop: de kern komt in de eerste zin.
  • Haal lege woorden en Noord-Nederlandse woorden eruit.
  • Geef niets in wat je organisatie niet mag verlaten.

Leren schrijven met AI

In de halve dag Schrijven met AI oefen je dit met de tools en teksten van je eigen team. Deelnemers gaan naar huis met een set opdrachten en een checklist die ze meteen gebruiken.

Similar Posts

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *